woensdag 20 juli 2022

Runde en Geiranger

Onze tweede dag in Hornindal stond in het teken van Runde, een eiland aan de westkust van Noorwegen, vooral bekend vanwege de grote hoeveelheid vogels die er jaarlijks neerstrijken om te broeden. Dat wilden wij natuurlijk wel eens zien. Het is ongeveer anderhalf uur rijden van Hornindal (of wat langer wanneer je zoals wij er na enige tijd achter komt dat je de camera vergeten bent). Maar goed, in Noorwegen is zo ongeveer alles minimaal een uur rijden. Gelukkig rij je - tussen de tunnels door - door een allesbehalve saai landschap. Het laatste stukje naar Runde was van eiland naar eiland via een aantal smalle bruggen.

Uitzicht vanaf Runde

In het informatiecentrum op Runde deden we een bakkie en pikten we meteen een kaartje met wandelroutes op. De kaart gaf niet echt aan welke route makkelijk en welke moeilijk was. En dus kozen we feilloos de moeilijkste route uit. En dat betekende een uur of twee bij vlagen steil omhoog door stenen, gras, en modder.

 

De top is gehaald!

Behoorlijk pittig, maar we hebben het gehaald, en gelukkig hadden we geen last van de tropische hitte die in Nederland was gearriveerd. Eenmaal boven zagen we wel een heleboel vogels vliegen, maar allemaal te ver weg om op de foto te nemen. Maar het uitzicht maakte alles goed. Oceaan, eilanden, bergen met besneeuwde toppen, heel indrukwekkend. De weg omlaag was gelukkig een stuk eenvoudiger, er lag zowaar een soort pad, dus binnen een uur waren we met knikkende knieën weer op de parkeerplaats. Op de terugweg naar Hornindal hebben we onszelf op een ijsje getrakteerd, dat hadden we wel verdiend.


Best een aardig uitzicht

The great skua (grote jager)


's-Avonds aan de koffie kwamen we de tot de ontdekking dat we bij het boeken van de Airbnb-huisjes een foutje hadden gemaakt, we misten een overnachting. En aangezien we het niet zagen zitten een nacht in de auto door te brengen hebben we besloten toch maar een tussenstop in Oslo te maken. Snel een hotel geboekt, crisis afgewend!

Geiranger Fjord met de zeven zusters


Voor onze laatste dag in Hornindal hadden we een boottrip geboekt van Hellesylt naar Geiranger, door de Geiranger Fjord. Een hele smalle fjord die op de Unesco Wereld Erfgoed lijst staat. De tocht duurde een uur (de fjord is maar 20 km lang) en absoluut de moeite waard. Hoge rotsen, bergen op de achtergrond, en talloze watervallen. Veel Noorser wordt het niet.

Uitzicht op Geiranger

Wat niet de moeite waard was, is het plaatsje Geiranger waar we dachten gezellig te gaan lunchen. Het bleek niet meer dan een grote parkeerplaats, een handjevol hotels, een supermarkt en een enorme kluwen van bussen, campers, auto's en cruise-passagiers. Echt wat voor ons. Dus het werd een snelle supermarkt-lunch en daarna weer snel verder. Nou ja, snel was het niet, want we waren zeker niet de enige die van Geiranger naar Stryn wilden, en er kwamen de nodige haarspeldbochten aan te pas. Maar het was een prachtige route, zelfs in de regen die inmiddels was gearriveerd.


Djupevatn

Toen het een tijdje later stopte met regenen, besloten we om ook nog een stuk om te rijden zodat we over de "Gamle Strynefjellsvegen" konden rijden, een oude weg door de bergen die eind 19e eeuw is aangelegd. En dat was een goed besluit, want inmiddels scheen het zonnetje en de route was echt prachtig. Een slingerende weg met op het eind een serie haarspeldbochten, besneeuwde bergen, deels bevroren meren, er kwam geen einde aan. Vooral niet omdat we bij zo ongeveer iedere bocht wilden stoppen om weer een mooi plaatje te schieten. Het was één van de mooiste routes die we ooit gereden hebben, en we zijn toch al op heel wat plekjes geweest.


Gamle Strynefjellsvegen

Gamle Strynefjellsvegen

Op naar de volgende bestemming, Isfjorden via de beroemde Trollstigen.


maandag 18 juli 2022

Voss en Hornindal

Op woensdag kwamen we aan in Voss, een plaats die vooral op wintersport gericht is, met in de omgeving veel skipistes, accommodatie en een hele dure gondel, die we hebben overgeslagen. Het voordeel van een dergelijk plaats is dat er grote supermarkten zijn en die waren ook nog eens vlakbij het huisje. Dat was een benedenverdieping met voldoende ruimte en een hele aardige gastheer en -vrouw. Zij bleek ook nog eens in de Noorse equivalent van het beroepsonderwijs te werken, dus we hebben ook nog gepraat over werk.

Vanuit Voss zijn we donderdag richting Vik, gelegen aan een baai aan de Sognefjord, gereden, waarbij de route erheen al heel mooi bleek te zijn. Eerst kwamen we bij de Tvindefossen waterval en daarna reden we door een landschap met ruige kale rotsen en een stuk weg met meerdere haarspeldbochten waar ook een grote waterval zich naast naar beneden stortte, heel indrukwekkend. De temperatuur op de top daalde naar 5 graden, dus de rits van de jas ging helemaal tot boven dicht.

Tvindefossen

Landschap onderweg naar Vik

Haarspeldbochten en waterval onderweg naar Vik

Daarna kwamen we aan in Vik, waar 2 interessante en heel oude kerkjes te bezichtigen waren, eentje van steen en eentje van hout en allebei neergezet rond het midden van de 13e eeuw. Vooral de houten (stav) kerk was heel interessant, omdat dit de eerste was die we zagen. Hij heet de Hopperstad stavkirke en heeft bovenop allerlei drakenkoppen, wat hem onderscheidt van de andere stavkerken in Noorwegen. Het was er wel erg donker binnen, maar de nachtmodus van de camera-app bleek best aardig te werken. Heel bijzonder dat zoiets ouds nog zo goed bewaard is gebleven.

Vik steinkyrkje

Vik steinkyrkje

De Hopperstad stavkirke

Interieur van de Hopperstad stavkirke

Op vrijdag gingen we naar Bergen. Het regent veel in Bergen (iets van 250 dagen per jaar) en dat was helaas die dag niet anders. De indeling van het stadscentrum was grotendeels hetzelfde als in Stavanger, met een meer bij het station, een inham als haven en aan 1 kant daarvan het oude en aan de andere kant het "shopping" gedeelte. Het was alleen allemaal wat groter en drukker. Ook waren we nog naar het Aquarium, maar dat bleek een grote teleurstelling en kostte echt veel te veel geld voor wat er geboden werd. En het was ook nog eens een keer erg druk met vooral ouders met kleine kinderen. Helemaal ons soort uitje dus, maar je moet wat als het regent. Bergen zal geen hoogtepunt van deze trip zijn.

Pakhuizen bij de haven in Bergen

De oude wijk van Bergen
Op zaterdag reden we een prachtige weg aan de noordkant van de Hardangervidda, een enorme hoogvlakte die ook populair is bij wandelaars. Een hoogtepunt hier was de Vøringsfossen waterval, waar een indrukwekkende hoeveelheid uitzichtplatformen en trappen omheen was gebouwd zodat we dit echt vanuit alle hoeken goed konden vastleggen. En dat hebben we dan natuurlijk ook gedaan.
Vøringsfossen

Trappenstelsel rond de Vøringsfossen

Hardangervidda panorama

Ons volgende huisje stond in de buurt van Hornindal en dat was alles bij elkaar bijna 5 uur rijden richting het noorden. Onderweg hadden we wel wat tijd om even te stoppen, dus dat deden we bij Gudvangen aan het smalle Nærøyfjord, een fjord die op de Unesco werelderfgoedlijst staat. We konden er alleen een stukje van zien. Vervolgens waren er (natuurlijk) meerdere tunnels, waaronder de langste autotunnel ter wereld van 24,5 km. Daarna reden we langs Lærdalsøyri, een mooie wijk in Lærdal met oude (18e en 19e eeuwse) huizen. Met een veerboot gingen we vervolgens in een kwartiertje de Sognefjord over en kwamen we in een landschap met hogere bergen en ook meer sneeuw op de toppen. En onverwacht ook nog een gletcher (Bøyabreen) waar we vlakbij konden komen. Echt prachtig!
Nærøyfjord

Lærdalstunnel, langste autotunnel ter wereld (24,5 km)

Lærdalsøyri 

Bøyabreen

Het huisje bij Hornindal is wel het fraaiste wat we hebben geboekt en de plek is ook bijzonder. Het ligt aan het Hornindalsvatnet, het diepste meer van Europa (514m). Het weer is vandaag ook aardig opgeknapt en ineens zien we allerlei hogere bergen met sneeuw in de omgeving die we gisteren door de regen niet konden zien. We reden vandaag naar een meer bij Loen en vervolgens naar Nordfjordeid, waar we iets over Vikingen wilden bezoeken. Daar bleek alleen net een Duits cruiseschip aangelegd te hebben en de rij was er zo lang dat we dat maar hebben overgeslagen. Intussen hebben we wel steeds meer foto's met water en bergen eromheen, het begint al een beetje op elkaar te lijken. Maar het verveelt nog voor geen moment!
Het huis bij Hornindal

Lovatnet bij Loen

Hornindalsvatnet, diepste meer van Europa

Nordfjordeid met megagroot Duits cruiseschip


woensdag 13 juli 2022

Een rondje Noorwegen

 Na 2 jaar vakantie in eigen land (wat overigens ook heel leuk was) hebben we dit jaar toch weer een bestemming over de grens gekozen, namelijk Noorwegen. In 2020 hadden we alles al geboekt, maar ja, toen kwam corona en hebben we alles weer geannuleerd. Maar nu zijn we toch op pad.

Hieronder zie je onze route. We hebben gebruik gemaakt van de nieuwe mogelijkheid om vanuit de Eemshaven in 1 nacht naar Kristiansand in het zuiden te varen. 

Op elke plek (behalve in Kristiansand) hebben we voor 3 of 4 nachten een Airbnb-huisje met alles erop en eraan, want wij houden niet van k(r)amperen. We vertrokken op zaterdag en intussen is het alweer woensdagavond, dus we hebben de eerste stop in de buurt van Hjelmeland intussen gehad.

Wat eerste indrukken van Noorwegen:

- Men houdt zich op de wegen keurig aan de snelheid. Die ligt over het algemeen laag, want we hebben nog maar 1 stukje snelweg gehad. De rest is meestal slingerend tussen de rotsen en meertjes door en daar gaat het vaak niet harder dan 60/70. En als je achter een trekker of camper zit nog langzamer.

- De huizen zijn hier van hout en wit geschilderd en de schuren zijn ossenbloedrood. En soms is er iemand die in een gekke bui een pastelkleurtje heeft gekozen, maar dat zijn de uitzonderingen.

- Tunnels. Heel veel tunnels. Alleen vandaag al (toen we van Hjelmeland naar Voss reden) waren er ontelbare tunnels van soms enkele honderden meters tot wel 11km lang en eentje had zelfs een rotonde! (zie de foto) Gisteren waren we in Stavanger en daar gingen we heen door een tunnel van ruim 14km. Onder de stad door waren er nog allerlei afslagen, waar we prompt fout reden. Dan rij je dus meerdere keren door dezelfde tunnel heen en weer.

Rotonde in een tunnel
- Noren zijn heel sportieve types. Op onze eerste dag in Hjelmeland dachten we een korte "hike" naar een waterval te doen. Dat bleek toch voor ons redelijk geoefende wandelaars (op vlak terrein) iets te optimistisch. Het was klimmen en klauteren over rotsen en toen we door ouders met kleine kinderen met rugzakken werden ingehaald hadden we het wel gezien. Die Noren groeien ermee op, wij hebben die tijd niet gehad om ons op dit soort tochten voor te bereiden. We weten nu dat wanneer een wandeling staat aangemerkt als "geschikt voor kinderen" we dit toch eerst even moeten bekijken.

- Watervallen zijn er ook volop. Of dat komt omdat het vandaag ineens de hele dag regent weet ik niet, maar na iedere bocht zagen we opnieuw water van bergen af storten. En alleen die met een naam zijn dan nog een foto waard. Hieronder de Flesefossen (open 24 hours volgens Google Maps).
Flesefossen

- Noren zijn erg vriendelijk en spreken ook nog eens prima Engels. Ik heb wel een poging gedaan om met een app wat Noorse woordjes en zinnen onder de knie te krijgen, maar dan sta je ergens en moet het ineens gebeuren en hakkel je wat. Een Noor ziet dat met enig leedvermaak aan en schakelt dan meteen over naar Engels. Eigenlijk ook wel makkelijk.

- Alles is duur. Noren hebben een hoge levensstandaard en dat zie je dan ook aan de prijzen in de supermarkt en in de horeca. We gaan daarom regelmatig zelf koken, wat overigens de eerste dagen ook moest omdat er nergens een restaurant te vinden was wat open is op maandag of dinsdag.

We gaan de komende dagen de omgeving van Voss verkennen en zijn van plan om in ieder geval een dag naar Bergen te gaan. En verder zien we wel wat het wordt en of het weer meezit.


Eerste huisje bij Hjelmeland
Haven van Stavanger

Een van de oudste schuren in Noorwegen, 13e eeuws.

vrijdag 9 augustus 2019

Mackay, Rosedale en Brisbane

In Mackay hebben we net als in Townsville 1 dag de omgeving verkend. Daarvoor reden we ten Westen van de stad naar het Eungella (spreek uit young-gulluh) National Park, met daarin alweer een korte wandeling naar een waterval in de Finch Hatton Gorge. Het wordt bijna eentonig, maar toch is het elke wandeling weer bijzonder hoeveel mooie natuur je ziet. Bij elk vogelgeluid proberen we weer te achterhalen waar het vandaan komt en de site Birdlife vond ik wel handig om af en toe door de vele vogelsoorten te klikken om vogels te leren kennen.

Na het dagje Mackay reden we weer verder door naar het Zuiden, langs opnieuw kilometerslange velden met suikerriet en verder ook veel bos. Af en toe lag er een dode kangoeroe naast de weg en vlak voor onze eindbestemming in Rosedale zag ik de eerste van onze reis nog net de bosjes in springen. Ook weer afgevinkt op het lijstje.

Het adres dat ik via Airbnb had gevonden was een afgelegen boerderij op een groot stuk grond en verder helemaal niemand. Echt een heerlijke plek! We hadden het hele huis voor onszelf en de dochter van de verhuurder woonde in een soort tiny house naast het pand, maar ze ging al heel vroeg naar haar werk en kwam laat terug, waardoor we echt even helemaal tot rust konden komen. Je kon er alle kanten op kijken en we zagen nog enkele kangoeroes in de buurt. Bij een stukje struinen door de omgeving van het huis werden we wel gewaarschuwd voor slangen. Slik. Niks gezien gelukkig.

We hadden de dag in Rosedale echt als rustdag bedacht en hebben weinig gedaan, behalve even naar de kust rijden voor de lunch in Agnes Water, een klein toeristisch plaatsje. Daarna hebben we nog een poos naar het water zitten staren en pelikanen gespot in Town of 1770, een paar kilometer verderop. Een heerlijke rustige dag dus. 's Avonds was het helder en koelde het behoorlijk af. Doordat je echt heel afgelegen zat, kon je ook prachtig naar de sterrenhemel kijken. Het was echt een prachtig plekje.

En toen was het tijd voor onze laatste bestemming, Brisbane. Onderweg erheen stopten we nog bij de Flying High Bird Sanctuary, waar in een enorme vliegkooi (men zei de grootste van Australië) wel 2000 vogels waren ondergebracht. Je kon een zakje met vogelvoer kopen en dat hebben we maar gedaan, want het heeft wel wat als er parkieten en regenboog lorikeets gewoon op je hand of schouder komen zitten. Het was wel een enorm kabaal in de kooi, met name omdat er veel papegaai-achtigen waren.

En toen waren we in Brisbane. Het contrast met Rosedale kon niet groter zijn. We reden de drukke stad in en gelukkig hielp de gps om ons naar onze wolkenkrabber in het centrum te leiden. Best wel even zweten om het drukke stadsverkeer te trotseren. In Brisbane hadden we nog 2 volle dagen en een halve dag op de vertrekdatum, dus we besloten om elk 1 excursie te kiezen.

Op de eerste avond zaten we te eten met uitzicht op de Brisbane river en de Story Bridge, die 's avonds helemaal verlicht bleek te zijn. Het was intussen behoorlijk afgekoeld en de temperatuur kwam in Brisbane vooral 's nachts niet boven de 15 graden. Brrrr!

De eerste dag gingen we met een bootje over de rivier naar Lone Pine Koala Sanctuary, een dierenpark waar ze, je raadt het al, vooral veel koala's hebben. Maar  er waren ook andere inheemse diersoorten zoals de platypus (vogelbekdier), krokodillen, dingo's en natuurlijk kangoeroes te zien.


Je kon er ook met een koala op de foto (iets wat ik daadwerkelijk heb gedaan toen ik hier ook was in 1992), maar daarvoor moest je allereerst een hele tijd in een rij staan en vervolgens ook nog eens 25 dollar per foto betalen. We vonden het veel leuker om naar de vele koala's te kijken en hebben ook nog wat voorlichtingspraatjes gevolgd over koala's, slangen en een vliegshow met roofvogels. Ik vond het een lekker relaxed dagje uit, omdat je voor en na het bezoek aan het park lekker over de rivier ging varen. En daarbij hadden we ook nog een mooi uitzicht op de skyline van Brisbane.


De volgende dag gingen we opnieuw op een boot, maar nu de open zee op om walvissen te spotten. Het weer zat gelukkig mee en de golven waren niet al te hoog. Verder was het bewolkt, maar in Brisbane zelf regende het, dus wij hadden mazzel. En dat gold ook voor het walvissen spotten, want die zwommen al vrij snel naast, achter, voor en onder de boot, dus we konden ze van dichtbij bekijken. Er werd ook nog een lunch aan boord geserveerd en dan is het wel heel bijzonder dat je tijdens het eten gewoon naar walvissen kan gaan zitten kijken. Het wensenlijstje met bijzondere dieren voor deze vakantie was wel behoorlijk compleet geworden intussen. Vastleggen van zoiets is weer een ander verhaal, want een goede foto hebben wij niet kunnen maken. Je moet erbij geweest zijn zeg maar.

En toen was het ineens weer tijd om naar huis te gaan. We hadden nog een paar uur voordat we de auto weer moesten inleveren en besloten de stad uit te rijden naar het Noorden. In de buurt van het vliegveld hebben we een paar uur aan zee doorgebracht in Nudgee Beach. Omringd door ibissen en noisy miners (google maar), die bedelden om eten en met de wind vol in het gezicht terwijl de zee langzaam opkwam hebben we de laatste uurtjes prima doorgebracht.

De terugreis was vooral erg lang. De vlucht van Brisbane naar Dubai van 13,5 uur was ook nog een keer erg hobbelig door vrijwel continue turbulentie, dus van eventueel een dutje doen was geen sprake. Verder was er weinig spannends aan en nu zitten we ineens weer thuis op de bank. Gelukkig hebben we dit blog en de foto's nog!


donderdag 1 augustus 2019

Cairns en Townsville

Na een avondje mislukte BBQ (wij zijn er gewoon niet zo van en het ding was voor ons gewoon net even te groot en te ingewikkeld) hebben we de ochtend van onze laatste dag in Cairns de auto gepakt en zijn richting de Atherton Tablelands gereden. Er was ook nog de keuze om ons in het echte toeristische feestgedruis rond Kuranda te storten, maar de rust van het regenwoud en de mogelijkheid om bijzondere natuur te zien won het uiteindelijk vrij gemakkelijk.
Onze eerste bestemming was een kratermeer, Lake Balline, waar we een stukje van het pad om het meer liepen. We zagen er  gigantische kauri bomen (die we nog kenden uit Nieuw Zeeland) en hoorden een heleboel vreemde vogelgeluiden. En het lopen in zo'n exotisch bos is gewoon een unieke ervaring, dus de dag begon gewoon prima.

Na het meer reden we naar het "historische" plaatsje Yungaburra, waar we van iemand van de toeristeninformatie enkele gouden tips kregen. Het dorpje zelf was bijna gezellig te noemen en had wat kleurrijke oude winkeltjes. Na de lunch gingen we iets buiten het dorp eerst naar Peterson Creek, want daar zouden we misschien wel ons eerste vogelbekdier (platypus) te zien krijgen.
We liepen er heel rustig langs het beekje, zagen eerst nog 2 possums in een boom en een paar brush turkeys en toen hadden we inderdaad beet. 2x zagen we een heus vogelbekdier in het water zwemmen, wat ik echt niet had verwacht omdat die toch wel heel zeldzaam zijn. Prima tip dus van de man van de toeristeninformatie.
Even verderop was nog een bijzondere boom te zien, de Curtain fig tree, oftewel een grote vijgenboom die een enorm "gordijn" van luchtwortels had gevormd. Een prachtig gezicht en hij was veel groter dan ik had gedacht. Hieronder een foto vanaf de zijkant.

We sloten de dag af met een welverdiende duik in het bubbelbad bij het huis en de volgende dag reden we door naar Townsville. Onderweg viel vooral op dat er erg veel suikerriet wordt verbouwd in deze regio. Overal kilometerslang velden met hoog riet en erlangs lopen smalspoorrails voor kleine treintjes (de cane trains) die karretjes vol geoogst riet vervoeren naar de suikerfabrieken die we af en toe zagen. Ik denk dat we wel honderd spoorwegovergangen zijn overgekomen.
We maakten een tussenstop in Etty Bay, opnieuw een gouden tip van de man van de toeristeninformatie in Yungaburra, want hier zagen we onze eerste cassowary, een grote loopvogel met een merkwaardige en kleurrijke kop.
Er liep eentje rond bij het strand en toe we weer wegreden was er nog een jong exemplaar en een oudere op de weg. Opnieuw iets wat ik niet had verwacht, want ook deze vogels zijn zeldzaam en komen alleen in dit deel van Australië en enkele andere landen nog voor.

Een 2e stop op weg naar Townsville was bij een mooie waterval (Joumara Falls), waar we na een aardige klim een mooi uitzicht op hadden.





Toen we Townsville binnen reden werden we opnieuw getroffen door het feit dat alle plaatsen er hier toch wel hetzelfde uitzien, met dezelfde fastfood ketens (MacDonalds, Hungry Jacks, KFC, Red Rooster), zelfde supermarkten (Woolworths en Coles), zelfde auto-dealers (te veel om op te noemen) en zelfde soort winkelstraten. Het lijkt ook veel op zoals dat in de VS is, weinig sfeer, geen echt gezellig centrum en al helemaal geen mooie oude gebouwen, hoewel alles wat hier ouder is dan 100 jaar al historic wordt genoemd. Nog iets wat ze met de Amerikanen  gemeen hebben.

In Townsville zaten we in een zogenaamde Queenslander, een groot houten huis met 2 verdiepingen en rondom een veranda. Wij hadden de hele benedenverdieping en het gezin dat het verhuurde woonde boven. In februari was er nog een grote overstroming in Townsville en dat was nog duidelijk te zien aan hun tuin (die er niet meer was) en de nieuwe keuken en andere meubels die ze hadden moeten vervangen. Voor ons dus fijn dat alles nog vrij nieuw was. Wel jammer was dat het huis aan een drukke weg stond. Naast het huis was wel een groot park, met ook weer bijzondere vogels, zoals de bush stone-curlew (griel, wie kent hem niet, google hem maar). Deze bleek vooral 's nachts actief en bleef dan als een soort sirene een hele tijd fluiten. En dan met meerdere tegelijk. En 's ochtends werden we dan wakker gelachen door de kookaburra's. Heel leuk, die Australische natuur...
We waren maar 1 dag in Townsville en hebben een dagje op Magnetic Island doorgebracht. Een klein, overzichtelijk eiland, met enkele fraaie baaien en ook nog een mooie wandelroute naar een uitzichtpunt met de kans om koala's te zien. En jawel hoor, ook hier was het weer raak. Vlak langs het pad zat een moeder met kleintje in een boom te slapen. Ook weer afgevinkt op ons lijstje dus. Na het eiland hebben we nog een uurtje rondgekeken in het Reef HQ Aquarium in Townsville, waar een prachtige grote tank was met koraal en heel veel soorten kleurrijke vissen. We konden ze zo veel beter zien dan in het bootje bij Green Island.
Vandaag reden we van Townsville naar Mackay en daar was eigenlijk helemaal niks bijzonders aan. Kilometerslang velden met suikerriet, af en toe een paar mangoplantages en heel veel werk aan de weg. Kortom, blij dat we even kunnen uitrusten in ons hotel. Morgen staat een mooi natuurgebied ten Westen van de stad op het programma, dus er valt vast weer genoeg te ontdekken.

zondag 28 juli 2019

Daintree, Port Douglas, en Cairns

Slapen in de jungle zonder ramen die dicht kunnen is prima, het enige probleem is dat je verplicht vroeg wakker wordt. Wanneer het licht wordt (een uur of 6) worden alle vogels namelijk wakker en dat doen ze met een hoop kabaal. Er zijn slechtere manieren om wakker te worden.


Onze eerste dag bij Port Douglas hebben we eerst Mossman Gorge bezocht, waar we een prachtige wandeling konden maken door het oerwoud. Het was niet al te warm en bovendien bewolkt, dus dat was prima te doen. Vervolgens hebben we heerlijk geluncht in Mossman (fish and chips voor mij, spring rolls voor Annet), wat verder niet echt een spannend dorp is. Maar goed, er is een supermarkt, een geldautomaat, een paar tankstations, en een handvol restaurants, en veel meer heb je eigenlijk niet nodig. Inmiddels was het weer beter geworden, dus 's-middags toch maar even het strand opgezocht. Dat is namelijk wat je doet in Port Douglas. Althans, dat vermoed ik, gezien het feit dat Port Douglas eigenlijk een paar kilometer lange weg is met aan beide kanten gigantische luxe resorts aan het strand. Het zeewater was niet te koud, en er was een flinke branding, dus dat was best aangenaam. 's-Avonds maar eens een keertje zelf gekookt, want iedere dag naar een restaurant wordt ook vervelend.

Voor de volgende ochtend hadden we een cruise van een uurtje geboekt op de Daintree River. Het tijdstip hadden we - op advies van onze Airbnb host - zorgvuldig gekozen zodat het laag water was. Het was een leuk tochtje, alleen jammer dat er vooral gezocht werd naar krokodillen, terwijl we voorbij scheurden aan de meest prachtige vogels. Op de weg terug kwam de boot nog bijna vast te zitten, dus het werd zowaar nog een beetje spannend.

Het plan was om 's-middags naar Cape Tribulation te gaan, een gebied een stuk ten noorden van Port Douglas waar pas een jaar of 10 een verharde weg naartoe is, en het schijnt er prachtig te zijn. Echter, om er te komen moet je de Daintree River oversteken met een pont. Er er waren heel veel mensen die dat wilden. Na een half uur wachten hadden we het idee dat het nog zeker een uur zou duren voordat we op de pont konden, dus we hebben het maar opgegeven. Het werd er te laat voor, zeker wanneer we op de weg terug weer zo lang moesten gaan wachten. Als alternatief dan maar naar de Wildlife Habitat in Port Douglas. Dat is een fancy naam voor dierentuin, maar je kunt er wel kangaroos voeren, en ze hebben er cassowaries en koalas. Hoe Australisch wil je het hebben? Om de dag af te sluiten nog wat mooie plaatjes geschoten van Four Mile Beach.

Gisteren was het tijd om terug te gaan naar Cairns voor onze volgende stop. We hebben de toeristische route genomen in het binnenland in plaats van de snelle route via de kust. Een prachtige slingerende weg door de bergen. In plaats van oerwoud weer meer verspreide bomen en termietenheuvels. En halverwege zagen we bordjes staan naar Granite Gorge. We hadden geen idee wat het was, dus we zijn gaan kijken. Blijkt een natuurpark te zijn met prachtige rotsformaties en waterpartijen en een groep wallabies als vaste bewoners. Je kunt er een kort rondje lopen. Ze hadden er alleen niet bij gezegd dat het eigenlijk meer een rondje klauteren over de rotsen was. Maar het was de moeite waard, en een fijne plek om een meegenomen lunch te nuttigen.

Onze overnachtingsplaats in Cairns is een groot huis in een buitenwijk aan de rand van het oerwoud met alle toeters en bellen. Een buitenbar, grote BBQ, jacuzzi, drie slaapkamers, grote keuken/woonkamer en een mega TV. Hier houden we het wel een paar dagen uit. Vandaag zijn we vanuit Cairns - het toeristische middelpunt van Queensland - naar het Great Barrier Reef gegaan. Nou ja, een heel klein stukje ervan. We zijn met een snelle catamaran naar Green Island gevaren, alhoewel het op de heenweg meer stuiteren dan varen was voor het grootste deel van de drie kwartier. Bij het eiland kon je in een glass bottom boot en een semi submersible het rif en de bijbehorende veelvoud aan vissoorten bewonderen, wat we dan ook beide gedaan hebben. Het geeft een mooie indruk van het rif, alhoewel het de enorme omvang van het Great Barrier Reef niet echt duidelijk maakt. Maar goed, de helicoptervluchten waren wel erg duur. Na terugkomst in Cairns als diner een aantal van de vissoorten geproefd. Heerlijk.

Morgen nog een dagje in de omgeving van Cairns, dan gaan we naar de Atherton Tablelands.